Hans Otjes geeft regelmatig lezingen over gidsen. Er is tijd voor nodig om dit onderwerp – in al zijn nuanceringen – goed over te brengen. Tijdens de regressietherapie wordt meestal door ervaring veel meer duidelijk over gidsen dan via het lezen van een tekst. Omdat het werken met gidsen essentieel is bij regressietherapie, vindt u op deze pagina een samenvatting uit een lezing van Hans. U vindt er de belangrijkste informatie.
"Je gids is een onstoffelijk mens. Hij/zij kan voelen, denken en blij of verdrietig zijn als geen ander. Hoe je het noemt, is niet zo belangrijk, ik onderscheid zelf: hulpgidsen en hoofdgidsen (ofwel oergidsen, persoonlijke gidsen of levensgidsen).
Hulpgidsen zijn personen uit "dit" leven die zijn gestorven, familie en/of vrienden met wie je een liefdevolle band of een goede relatie hebt gehad. Mensen die je gekend hebt en die je nog een poosje willen begeleiden en geestelijk steunen omdat ze van je houden. Veel mensen voelen dat ook.
Daarentegen is je hoofdgids er al een hele tijd, misschien wel honderden of duizenden jaren. Met hem of haar heb je ooit een liefdevol leven gehad. Als een gids zijn/haar reïncarnatiecyclus heeft afgesloten, hoeft hij/zij niet meer te incarneren. Hij/zij heeft dan aan groei en harmonie zo ongeveer het hoogst haalbare voor een mens bereikt. Hierna kiest hij/zij speciaal jou om je te mogen gidsen. Geen gemakkelijke baan. Je gids is er voor jou meestal in de gedaante van hoe hij of zij eruit zag in het leven dat jullie samen hebben geleefd: je man, vrouw, vriend, een minnaar of vader, moeder, broer, zus, kind, oma of opa. Heel soms een leraar in genezen, wijsbegeerte of op het gebied van esoterische kennis.
Diep in je onderbewustzijn kén je je gids.
Wat doet je hoofdgids?
Je gids staat je bij in je dagelijkse leven, je zorgen, je twijfels, je groei als mens. Je gids inspireert je. Spontaan krijg je ineens goeie ideetjes, een sombere bui slaat zomaar over in een goed gevoel, je kunt "zomaar" een gevoel van rust en vrede krijgen, juist wanneer je het heel hard nodig hebt. Door je meer bewust van je gids te zijn, is het voor je gids makkelijker je te bereiken. Je gids kan je raad geven maar varen doe je zelf! Met je gids ben je nooit meer alleen.
Je gids is een doorgever en put uit een enorme liefdevolle lichtende bron, een goddelijk licht, zo je wilt. Wij mogen daarvan weer iets putten uit onze gids en mogen daarvan soms weer iets doorgeven aan onze medemensen. Die putten dan weer uit ons. Met name in mijn werk als regressietherapeut is dát de kern van wat er gebeurt. Mijn hoofdgids Emea en de hoofdgids van de cliënt doen, via mij, iets voor die cliënt.
Is je gids een engel?
Ik geloof het niet, een engel staat volgens mij veel verder van ons af, dichter bij de bron, dichter bij het goddelijke. De gids staat aan de rand van het licht. Die bron staat heel dicht bij ons mensen. Een gids is in mijn beleving: supermenselijk.
Hoe communiceer je met je gids?
Communiceren met je gids is in wezen heel simpel. Elke opkomende gedachte gericht tot je gids wordt meteen gevoeld. Als je een duidelijke enkelvoudige vraag stelt, komt er een antwoordimpuls in je op. Jouw eerste gedachte als stoffelijk mens is dan ‘Dat’ fantaseer ik, dat doe ik zelf! Naarmate je dit langer oefent, leer je die zachte trillingen steeds beter te voelen. In jouw hersens wordt van die gevoelsimpulsen een woord of een zin gemaakt.
Onthoudt een zeer belangrijk punt: EEN GIDS PRAAT NOOIT UIT ZICHZELF! Zodra je stemmen hoort die ongevraagd doorpraten, moet je mij of een goede collega bellen! Een gids mag namelijk alleen in zeer bijzondere (nood)gevallen op eigen initiatief iets tegen je zeggen. Wij zijn in onze cultuur gewend het eerst te grijpen naar ons verstand, onze ratio, de logica, het bewijs en tastbare. Daar wordt ook in ons dagelijks leven een enorm beroep op gedaan. Onze intuïtie, ons gevoel, ons besef van het ontastbare wordt door de bank genomen veel minder ruimte gegeven, serieus genomen of wordt nogal eens weggedrukt.
Wij zijn het niet gewend die intuïtieve/geestelijke/gevoelsmatige kant nu eens echt volwaardig er óók te laten zijn, die dezélfde kans te geven. Dat maakt het soms niet gemakkelijk. We gooien deur naar het niet-tastbare, het onstoffelijke meestal alweer dicht, voordat we er achter hebben gekeken. Onze zakelijke/materiële/rationele kant zegt direct: dat kán niet, dat is fantasie, het is niet meetbaar, tastbaar, dús onzin. Dit is de drempel, een soort weerstand die we moeten overwinnen, willen we in contact kunnen komen met onze gids.
Hoe ga je om met je gids?
Een gids is een vriend, een kameraad, geen meerdere. Doe gewóón tegen je gids. Je zult merken dat je gids de eenvoud zelf is en geen hoogdravende taal gebruikt. Je gids kent de totale liefde. Zal je nooit lelijk toespreken. Je gids weet dat je een zware taak hebt, en ‘de hitte van de dag’ moet verdagen.
Maak er een gewoonte van op een rustig moment in de dag, bijvoorbeeld voordat je gaat slapen, een minuut of tien met je gids te praten. Nee, je hoeft niet meteen iets terug te horen. Stort je hart uit, je gids begrijpt alles en heeft je intens lief. Je gids is je geweten niet, niet je hogere zelf, niet een product van je verbeelding. Door te blijven praten en liefdevol aan je gids te denken, ontstaat op den duur dat warme gevoel. Communicatie gaat dan opeens vanzelf. Eerst voelt het als een warmte, later als een innerlijk weten wat je gids antwoordt. Nog later gewoon als iemand die je vertrouwt en met wie je een dikke vriendschap hebt. Vertrouwen is essentieel, net als bij elke vriendschap bouw je dat stapje voor stapje met je gids op! Raadpleeg altijd eerst je gids voor je je in allerlei paranormale toestanden gooit. Wees voorzichtig met jezelf, er is veel flauwekul wat eerder verwarring dan verlichting brengt. Stel in het begin vragen die alleen maar met een "ja" of "nee" kunnen worden beantwoord. Enkelvoudige vragen dus.
Advies
"Richt je inspiratie op het stoffelijke, stop je natuurlijke spirituele vermogens in de eerste plaats in de gewone dagelijkse dingen (je aardse leven), in de mensen van wie je houdt, je werken en je proberen-er-wat-van-te-maken, voor jezelf en je medemens." –uit lezing door Hans Otjes (zeer verkort weergegeven.)
Als u meer wilt weten, lees dan eens een boek van Jan Kleyn of bezoek een lezing van Hans Otjes.